Niet dat schollies zo veeleisend zijn. Ze zijn wadvogel, strandvogel, weidevogel en akkervogel, ze broeden op dijken, graslanden, kwelders, stranden, schelpenvelden en grinddaken. Ze eten kokkels, mossels, oesters, wormen en larven. Maar hoe veelzijdig en flexibel ook, tegen het ruimtebeslag van ons mensen kunnen ze niet op.
Gelukkig doet Vogelbescherming haar best om grasland voor weidevogels, eilandjes voor kustvogels, slikken en kwelders voor wadvogels te beschermen. Laten we hopen dat de scholekster niet de grutto en de kemphaan achternagaat.
Een deel van de scholeksters broedt op platte daken. Daar zijn de eieren veilig voor mensen, auto’s en huisdieren. Het zijn de enige plekken waar scholeksters nog genoeg jongen grootbrengen om hun aantal op peil te houden. Vandaar dat het aandeel stadsschollies stijgt. Maar als de kuikens uit hun ei breken, gaan ze binnen een dag aan de wandel. Vroeg of laat springen of vallen ze van het platte dak. Ze kunnen de klap soms zonder breuken overleven; als kuiken zijn ze nóg flexibeler. Maar dan belanden ze alsnog in de wereld van huisdieren en auto’s.
Zelf zat ik laatst in zo’n auto, ik reed door Zoutkamp. Een alarmerende scholekster stak de weg over met een kuiken: een miniplumeau op hoge poten. Ik stopte meteen, evenals de automobilist achter me, die me trachtte in te halen. Dat lukte niet, want van de andere kant snelde een peloton racefietsers toe.
De Scholeksters bereikten net op tijd de overkant. Het jong was groot genoeg om de stoeprand op te klauteren. Het moet twee of drie zusjes of broertjes gehad hebben, want scholeksters leggen drie of vier eieren…
Maar goed, dit scholekstertje drentelde met zijn ouder mee (zie foto) naar een grazige dijk aan het water en was vooralsnog veilig.